Autonomie en verbinding vind je vooral terug in de sociologie waar persoonlijke relaties bestudeerd worden. Vaak wordt hieraan de kwaliteit van het leven gekoppeld. Het heeft te maken met onze behoefte aan vrijheid, liefde en het ervaren van geluk. Ons gezond verstand leert ons dat het misgaat als één van beide, vrijheidszin of aanbidding, de overhand gaat krijgen.

Als extreem van autonomie kun je denken aan iemand die slechts zijn eigen voorkeur wil volgen en zich niets aan de mensen om hem heen gelegen laat liggen.
Als extreem van de verbinding staat dan degene die alleen maar oog heeft voor de voorkeuren van anderen en daarbij zijn eigen wensen volledig negeert.
Beiden zijn voor de gemiddelde mens geen fijne types om mee samen te werken. Misschien dat zij het met elkaar goed kunnen vinden, althans wanneer zij een duo vormen. Werk je in een team van drie of meer leden dan kan er slechts plaats zijn voor één volledig autonoom lid en moeten alle andere allemaal van het type ‘slaafs volgen’ zijn, want anders gaat het mis. Voor de onderlinge verhouding tussen teams geldt natuurlijk precies hetzelfde. Aangezien bedrijven in de meeste gevallen uit meerdere teams bestaan, volgt dan dat er maar één autonoom team kan zijn en moeten alle andere teams van het type slaafs volgend zijn. De enige organisatievorm waarin ik dit patroon succesvol zie zijn is tirannie.

Je hoeft een westerling niet uit te leggen dat hij behoefte heeft aan autonomie. Maar de consequentie van de bovenstaande verhandeling is wel dat, wanneer je in welke vorm van samenwerking dan ook qua autonomie aan je trekken wilt komen, er blijkbaar veel verbinding met die samenwerking moet zijn, wil je hierin kunnen functioneren. Wanneer je dan ook nog, zoals ik, behoefte hebt deel uit te maken van een succesvol samenwerkingsverband, dan wordt die verbinding opeens wel een heel interessant fenomeen. Wat is dat dan precies, die verbinding? Kun je het kopen? Kaun je het maken? Kun je het trainen?

Ik kom zelf eerlijk gezegd niet veel verder dan dat het iets is dat ik kan voelen. Ik voel mij ergens mee verbonden of juist niet. En dat kan zich in verschillende mate voordoen. Ik kan iets zelfs totaal verwerpelijk vinden. Dan is het duidelijk dat ik daar niet voor ga werken, tenzij onder dwang of bedreiging. Blijkbaar is verbinding dus een onmisbaar ingrediënt voor elke succesvolle onderneming en het wordt tijd dat wij daar veel meer aandacht aan gaan besteden.

Eef Oom