Waar vind je tegenwoordig nog een goede timmerman?
Die wat zijn ogen zien, met zijn handen maken kan.
De hele calculatie wordt er zenuwachtig van.
Waar vind je tegenwoordig nog een goede timmerman?

Zo begint een wonderschoon lied van een Nederlandse cabaretgroep waarvan mij de naam ontschoten is, al kom ik niet onder de indruk uit dat het Don Quischocking is. En volgens mij stamt het al uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. En het sloeg op de particuliere markt. Men wil vakwerk maar men vindt geen vakman. En nu luidt de noodklok ook op de professionele markt. En het antwoord is: je vindt ze niet of nauwelijks meer. Ja, in het buitenland. In Oost Europa en het nabije Oosten. Maar Nederlandse ambachtslieden, die zijn er niet veel meer. En als je ze al vindt zijn ze al wat ouder. Onder de groep jonger dan vijftigplussers vind je met moeite nog vijftig klussers.

Tegenwoordig is met je handen werken iets voor kansarmen geworden. Maar als je iets maakt dan doe je dat met je handen. Je past een techniek toe. Dat is zichtbaar. Maar kan iedereen zo maar een muur metselen, een as draaien of een tandwiel steken? Ik denk het niet. Daar komt toch ook veel denkwerk bij kijken. Hoe vaak betrapt u uzelf er niet op tijdens het ‘doe het zelven’. Dat u flink na moet denken over een probleem dat u tegenkomt. Of dat u aan het einde van de klus denkt: “De volgende keer weet ik in ieder geval hoe ik het aan moet pakken. “Dus eigenlijk is het neerkijken op mensen die met ‘hun handen werken’ buitengewoon dom. Want als je iets moet maken is het uitgesloten dat je dat alleen met je handen kunt. Daar heb je je hoofd bij nodig. Net zo veel als een ingenieur, een dokter of een programmeur.

Het is de hoogste tijd voor een herwaardering van vakmanschap. Overal waar dingen gemaakt worden wordt allerhande kennis gebruikt, wordt veel creativiteit aan de dag gelegd en wordt vooral ook veel denkwerk verricht. Lang leve het vakmanschap! En dat het spoedig de status terug krijgt die het verdient.

Eef Oom