In het artikel ‘Why Manufacturing Matters: The myth of the Post- Industrial Economy’ beschrijven Stephen S. Cohen en John Zysman in 1987 waarom productie belangrijk is en een post- industriële economie een mythe. Zij doen hierin uit de doeken hoe de economische afhankelijkheid van productieactiviteiten zowel stroomopwaarts als -afwaarts in de keten ingrijpender is dan we in eerste instantie denken. Hiervoor gebruiken zij de term ‘economische schakel’.

Tussen een productieactiviteit en de service- providers in de keten ervoor of erna kan een zwakke of sterke schakel bestaan. Een schakel is sterk wanneer bij het wegvallen van de productieactiviteit de verbonden ketenelementen niet meer levensvatbaar zijn. Een sterke schakel wordt vrijwel altijd gevormd door de noodzaak tot fysieke nabijheid. Voor productieactiviteiten zijn deze schakels sterk tot twee nivo’s stroomopwaarts in de keten.
Offshoring van de productie, en dus het verbreken van sterke schakels, leidt daarmee tot arbeidsverlies van de productieactiviteit zelf en van de service providers in het eerste en tweede nivo in de stroom opwaarts. Dit met een dito BNP verlies.

Exodus

Dit effect wordt nog steeds door de politiek en menig industrieleider onvoldoende onderkend. Circa twee decennia geleden heeft dit geleid tot een ongebreideld offshoren naar o.a. China. Dit gebeurde omdat China zich, mede door de explosieve bevolkingsgroei en de introductie van het kapitalisme, ontwikkeld heeft tot een acceptabele productienatie. De lage kostprijs, mede veroorzaakt door de schaaleffecten, was voor menige ‘ondernemer’ reden om de ‘tent te sluiten’ of de serviceprovider om de hoek vaarwel te zeggen en richting verre oosten te gaan. Dat daarbij waardevolle productie- en ook productkennis in alle facetten verdween en een sterke schakel werd verbroken, werd gezien als collaterale schade.

Terugkeer

De lage kostprijs heeft lange tijd de cost of non-quality (product en proces), de lange levertijden, het kapitaalbeslag en de beheerslast ter plaatse kunnen compenseren. Door toenemende product- en capaciteitsvariatie, een stijgend offshore loonaandeel en het eenvoudigweg niet ontvangen van de vereiste kwaliteit lijkt er een einde te komen aan de productie-exodus. Een duidelijk voorbeeld is de Amerikaanse vliegtuigbouwer Boeing die met het ontwerp van zijn ‘dreamliner’ tegen de muur van uitbesteding is gelopen. Het blad ‘Aviation News’ van maart 2008 spreekt over een ‘daydream or nightmare?’
Letterlijk zeiden ze: ‘Boeing wrestles major and wide-ranging problems with the traveled supply chain of contracted work placed with companies around the world.’

De uitdaging

Voor een behouden onshoring staat ons een uitdaging te wachten.

Deze liegt er niet om en bestaat uit vijf elementen:

  • het (her)inrichten van (nieuwe) productiefaciliteiten,
  • het vinden en opleiden van personeel om deze productiefaciliteiten te bevolken. In circa twee decennia, dus bijna een generatie, is de hiervoor benodigde kennis weggesijpeld, is techniek voor studenten vaak geen optie meer en hebben productievakmensen hun metier ingeruild of zijn zoekende. Het meester-gezel-leerling opleidingssysteem is vrijwel nergens meer actief of leidt een kwijnend bestaan.
  • het herstellen van de eerste en tweede nivo schakels in de keten met dito uitdagingen voor de service providers,
  • het inrichten van de supply chain, inclusief het beschikbaar maken van voldoende grondstof- en energiebronnen,
  • en als bovenstaande elementen zijn ingevuld wellicht de moeilijkste: maximaal productief, zero defect, en flexibel in productvarianten en productiecapaciteit produceren.

De Oplossing

De actoren hierin zijn de overheid, economische instanties, financiële dienstverleners en de industrie top. Het besef van de impact op onze economie van het verbreken van sterke schakels en de persoonlijke verantwoordelijkheid en ambitie voor het herstel hiervan moeten in de kern gevoeld worden. Op macroniveau moeten wij ons huis op orde brengen (2). Op meso niveau zullen regionale dwarsdoorsneden van de actoren actief aan de slag moeten gaan om specifieke industrie, zowel high tech als low tech, samen met het onderwijs de kennis en de middelen te geven om deze nieuwe productielocaties in te richten en te bevolken.
In deze productielocaties zal het management methoden en technieken op sociaal en technisch gebied moeten gebruiken om de medewerkers zich optimaal te laten ontwikkelen door ze zingeving te laten ervaren, autonomie te verlenen en hun meesterschap de ruimte te geven (3). Een ontwikkeling die noodzakelijk is om de postindustriële economie een mythe te laten zijn.

Antropocentrisme

Door subjectieve kennis in de organisatie en door mensen nauwer te betrekken bij het bedrijfsproces komt de totale mens beter aan zijn trekken. Dit is belangrijk, omdat in de huidige economische constellatie van oordelen op basis van kengetallen, de elementen intuïtie en emotie, kunde en creativiteit verloren dreigen te gaan. Maar de kenniscomponent in producten en processen wordt door bijna alle concurrenten gedeeld. De poging om op kennis te excelleren is zinloos. De fabrikanten zullen dit excelleren mede moeten doen op basis van vakmanschap en creativiteit van de werknemers.

In een boek van 1994, ‘Computer integrated production systems and organizations’, worden over de menselijke aspecten – zoals de samenhang tussen kennis, kunde en creativiteit – enige duidelijke uitspraken gedaan: ‘Within a broader vision of the industrial culture, the EC/FAST report argues that since the European manufacturing base is largely composed of SME’s, and is characterized by highly skilled and flexible workforce, its future strength will depend upon the development of anthropocentric systems which build on skills, ingenuity and expertise of working people’.
Vervolgens: ‘It is argued that within a European cultural dimension, it could harness the inherent cultural diversity of Europe to create a permanent wave of creativity and innovation which, culturally as well as economically, would yield a global competitive edge for European industry’.

 

(1)   Why Manufacturing Matters: The Myth of the Post-Industrial Economy / California Management Review, Spring 1987, nr 3.
(2)   Huis op Orde – Piet Moerman, Jurgen Moerman / Garant Uitgevers ISBN 9789044128291
(3)   Monozukuri – doen met aandacht / Steven Blom / Blom Consultancy ISBN 9789080746602